Uitleg RECORDS

DNS-recordtypes

In je DNS staan verschillende soorten records, elk met een eigen taak. Het type bepaalt wat er gebeurt: zet je een waarde in het verkeerde type, dan doet je DNS-provider precies wat je invoerde en werkt je site of mail alsnog niet. Deze naslag beschrijft de types die je in je DNS-beheer het vaakst tegenkomt, met per type een voorbeeld.

A en AAAA: naar je website

Een A-record koppelt een naam aan een IPv4-adres (zoals 192.0.2.44). Een AAAA-record doet hetzelfde voor een IPv6-adres (de nieuwere, langere variant). Dit is het record dat zorgt dat example.com bij de juiste webserver uitkomt.

Voorbeeld: example.com A 192.0.2.44. Heb je zowel een A als een AAAA, dan is je site bereikbaar via beide adrestypes.

CNAME: een alias naar een andere naam

Een CNAME (Canonical Name) is een alias: 'deze naam is eigenlijk die andere naam'. Handig als je www.example.com naar example.com wilt laten wijzen, of een subdomein naar een dienst van een provider.

Voorbeeld: www.example.com CNAME example.com. Let op twee regels: een naam met een CNAME mag geen andere records hebben (dus ook geen MX of TXT op diezelfde naam), en op je hoofddomein (de 'root', example.com zelf) mag daarom meestal géén CNAME staan. Gebruik daar een A/AAAA-record.

MX: waar je mail heen gaat

Een MX-record (Mail eXchange) vertelt verzendende mailservers naar welke server de mail voor jouw domein moet. Je kunt er meerdere hebben, elk met een prioriteitsnummer: een lager getal heeft voorrang.

Voorbeeld: example.com MX 10 mail.example.com. Ontvangt je domein helemaal geen mail? Dan kun je een 'null MX' zetten (example.com MX 0 .) om expliciet te zeggen: hier komt geen mail binnen. Verstuurt het ook niets, zet er dan v=spf1 -all naast (zie de SPF-guide).

TXT: vrije tekst (en je mailbeveiliging)

Een TXT-record bevat gewoon tekst. Het wordt voor van alles gebruikt, maar je kent het vooral van e-mailbeveiliging: SPF, DKIM en DMARC zijn allemaal TXT-records. Ook eigendomsverificaties ('zet deze code in je DNS om te bewijzen dat het domein van jou is') zijn meestal TXT.

Voorbeeld: example.com TXT "v=spf1 include:_spf.google.com ~all". Eén naam kan meerdere TXT-records hebben. De uitzondering is SPF: daarvan hoort er precies één te zijn.

NS: wie de baas is over je zone

NS-records (Name Server) wijzen aan welke nameservers de officiële antwoorden voor je domein geven. Ze staan zowel in je eigen zone als één niveau hoger (bij je registrar/TLD), en die twee moeten overeenkomen.

Voorbeeld: example.com NS ns1.voorbeeld.nl. Verhuis je je DNS naar een andere provider, dan wijzig je in feite deze NS-records bij je registrar.

SOA: de 'voorpagina' van je zone

Het SOA-record (Start Of Authority) staat bovenaan elke zone en bevat het beheer ervan: welke nameserver de hoofdbron is, een contactadres, en een serienummer dat bij elke wijziging omhoog moet zodat andere servers weten dat er iets is veranderd. Je maakt dit record zelden zelf. Je DNS-provider beheert het. Goed om te herkennen, niet iets om aan te sleutelen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een A- en een CNAME-record?

Een A-record wijst rechtstreeks naar een IP-adres. Een CNAME wijst naar een ándere naam (die zelf weer een A-record heeft). Gebruik A voor je hoofddomein en CNAME voor aliassen zoals www.

Mijn website werkt wel maar mijn mail niet (of andersom). Hoe kan dat?

Website en mail gebruiken verschillende records: de website hangt aan A/AAAA, de mail aan MX. Het ene kan perfect werken terwijl het andere ontbreekt of fout staat. Controleer dus het juiste type.

Wat is een SRV- of CAA-record?

Dat zijn minder vaak gebruikte types. SRV wijst naar een dienst op een bepaalde poort (bijv. voor chat of telefonie). CAA legt vast welke certificaatuitgever (CA) een TLS-certificaat voor je domein mag uitgeven. Daar is een aparte guide over.

Mag ik meerdere records van hetzelfde type hebben?

Meestal wel: meerdere A-records (load balancing), meerdere MX-records (backup-mailservers), meerdere TXT-records. Uitzonderingen: precies één SPF-TXT, en op de root geen CNAME.

Wat betekent het getal bij een MX-record?

Dat is de prioriteit: een lager getal heeft voorrang. 10 mail1 en 20 mail2 betekent: probeer eerst mail1, en alleen als die niet bereikbaar is mail2.

Controleer RECORDS op je eigen domein